Dit keer ben ik goed voorbereid als ik de
tolpoortjes nader. Vreemd land, dit land waarvan ik toch zo houd. Op het
vasteland van Europa kun je altijd kiezen of je het loket aan je rechter- of linkerkant
wilt. Zo niet hier. Men is hier blijven hangen in de tijd van de splendid
isolation, een tijd die allang voorbij is. Dat een stuur niet overal rechts
zit, wil er nog altijd niet in. Ik heb zorgvuldig de benodigde munten van te
voren klaar gelegd. Vol vertrouwen rijd ik naar een onbemand poortje. Ik heb
mijn zaakjes immers op orde. Het wachten duurt lang. Bij de andere poortjes
rijden de auto's vrij snel door, hier niet. Als het mijn beurt is open ik snel
het portier, maak een sprintje om de neus heen naar rechts en deponeer de
munten tevreden in de bak. Ik zou kunnen gooien vanuit het open gedraaide
passagiersraampje, maar dat kan verregaande consequenties hebben zoals het
verleden me heeft geleerd. Mikken is op zijn zachts gezegd niet mijn sterkste
kant. Nog krijg ik het schaamrood op de kaken als ik denk aan die eerste keer.
De Benelux tunnel bij Pernis was net geopend en met de te heffen tol moest de
tunnel terug betaald worden. Enorm grote bakken links en rechts maakten het
werpen van de munten eenvoudig. Lag het aan mijn slechte ogen, mijn weinig
trefzekere balgevoel? Met zwier gooide ik de gulden of rijksdaalder richting
bak, een wijde bak. Het kon niet missen. Met een fraaie boog raakte de munt de
rand van de bak, stuiterde omhoog om rinkelend op de grond te vallen waar de
munt op zijn kant wegrolde. Ik had zo snel niets anders, stapte uit en
grabbelde op handen knieƫn naar de munt. Omkijken durfde ik niet, op het
getoeter lette ik maar niet.
Dit
keer kan me niets gebeuren. Tevreden ga ik achter het stuur zitten, klaar om
weg te sprinten. Maar de slagboom beweegt geen millimeter. Verbijsterd staar ik
naar de rood wit geverfde paal die me de weg verspert. Hoe kan dat nou? Twee
Engelse ponden, ik heb ze er eigenhandig ingelegd, heel nauwkeurig, en geen
enkel risico genomen. Naast de bak voor het geld zie ik een rode knop. Rood is
nood. Uitstappen dan maar. Ik kijk eerst nog eens in het bakje met geweigerde munten
voor ik op de knop druk, maar nee, er ligt niets in. Terug naar de auto, want
ik verwacht dat er na het indrukken van de alarmknop wel iemand zal komen opdagen.
Niet dus. Weer de auto uit, maar hoe ik ook speur, er is niemand te zien wiens
aandacht ik kan trekken. Ten einde raad tik ik op het driedubbele veiligheidsglas
van het hokje aan mijn linkerkant, een hokje zonder loket naar mijn kant toe.
Dit is immers Engeland. De man kijkt naar me, wijst naar de rode knop en draait
zich weer om. Nu pas zie ik de intercom naast de rode knop. In mijn haast om de
rij achter me niet nog langer te laten wachten, heb ik die gemist. Na enig wachten
krijg ik inderdaad gehoor. Wat er is, en of ik wel in de bak met geweigerde munten
heb gekeken. Ondertussen hoor ik de bestuurders achter me denken. Dom, een vrouw
natuurlijk, en nog wel uit het buitenland, of liever, uit Europa. Want dat ze
zelf Europeanen zijn, is nog lang niet bij iedereen doorgedrongen. Ook niet bij
de weerman die aan het einde van het journaal afsluit met het weerbericht voor
Groot Brittanniƫ, gevolgd door de woorden: and for those of you travelling to
Europe....
Na nog weer wachten, komt er een medewerker
aankuieren. Wat het probleem is, vraagt hij weer. Daarna kijkt hij eerst nog
maar eens in de bak met geweigerde munten, want je weet maar nooit, zo'n vrouw,
en nog alleen ook. Kun je iets anders verwachten? Ook hij constateert dat er
niets mis is, hoewel ik hem er eerst van moet overtuigen dat ik er echt, heus,
zeker weten, twee Engelse ponden in heb gegooid. Als ik die niet had, had ik
immers nooit dit poortje, het snelle poortje, gekozen. Daar ziet hij
uiteindelijk de logica van in. Tot mijn opluchting haalt hij een sleutel te
voorschijn, opent daarmee een kastje, drukt op een knop, en presto, de slagboom
gaat omhoog.
Snel rijd ik weg, zonder om te kijken naar de
lange rij achter me.
Ik heb wat geleerd voor de terugweg, die ook
weer via dit tolpunt gaat, en kies een bemand poortje, gepast geld of niet.
Helaas, zoals te verwachten is er uitsluitend een loket aan de – lege- passagierskant.
Maar de man in het hok heeft een hele lange arm, en met veel gerek van beide
kanten kan hij mijn munten door het geopende raampje nog net met zijn
vingertoppen aanpakken. Hij zou iets moeten leren van de vrouw die ik de vorige
keer trof en die een lange soeplepel door het open raampje stak.
En dan durven ze nog te beweren dat vrouwen
niet creatief zijn.
No comments:
Post a Comment