Vier sterren, dan verwacht je toch iets anders, iets groots, met een chique
uitstraling. De smalle witte gevel valt me dan ook niet meteen op, ingeklemd
tussen een afbladderend pand en een open garagedeur waar Segways verhuurd
worden, een soort elektrische step op dikke banden waarmee je hier de stad kunt
verkennen. Een groepje toeristen met fietshelmen en rugzakken verlaat als een
zwerm bijen het pand, wat onwennig sturend op dit niet alledaagse
vervoermiddel. Daarnaast de ingang van een pand waar je je kunt laten masseren.
Er tegenover een zachtgeel gestuukt kerkje, op een plein omzoomd met bomen. In
deze oude stad met nauwe straten en stegen is de ruimte een verademing.
De eenvoudige gevel van het hotel is misleidend: erachter
gaat een hypermodern interieur schuil. Marmer en staal, grijs en wit voeren de
boventoon. State of the art leren fauteuils en state of the art receptionistes,
gekapt en gemanicuurd. Het is aangenaam koel binnen. De receptionistes zijn
buitengewoon behulpzaam en vriendelijk, mijn kamer is een complete verrassing.
Waar kreeg ik ooit een stereo installatie met Bose boxen, een oplader voor mijn
iPod, een raam dat open kan nog wel met uitzicht op het plein met de kerk en de
bomen. In de trendy badkamer tref ik een keur aan flaconnetjes – flesjes kun je
ze niet noemen - met shampoos, lotions
en badschuim in allerlei variƫteiten. Ik had niets mee hoeven nemen, maar ben
deze luxe niet gewend. Soms tref ik alleen een stukje keiharde zeep aan in een
hotelbadkamer waar met de beste wil van de wereld geen schuim mee te maken valt.
Als ik de prijslijst op de binnenkant van de kamerdeur zie, schrik ik. Ik heb
wel geboft met het speciale aanbod waarvan ik gebruik heb gemaakt. Tevreden
laat ik me achterover vallen op het brede bed. Een heel bed voor mij alleen en
een keur aan kussens, grijze, zwarte en wit linnen, dik en zacht.
Maar ik ben hier gekomen om de stad te bekijken.
Met moeite maak ik mij los uit de omhelzing van het bed, pak mijn handbagage
uit, trek gemakkelijke schoenen aan, zoek een plattegrond van de stad en ga op
pad. Ik neem geen reisgids mee, wil me laten verrassen door wat ik zie en
tegenkom. Misschien een rare gewoonte. Die heb ik mezelf aangeleerd nadat ik
merkte dat het lezen van reisgidsen me alleen maar onrustig maakte. Ik wilde
alles zien, was bang iets te missen, wist al wat ik zou zien. De verrassing was
verdwenen. Nu ben ik ontdekkingsreizigster, iemand die alles voor het eerst
ontdekt, zich erover verwondert, het door wil geven, vast wil leggen. Een vorm
van zelfbedrog. Maar wat geeft het?
Als ik 's avonds voldaan maar moe terug kom in het
hotel, zegt de receptioniste: ‘Ik geloof dat ik vergeten ben u dit te geven,’ en
reikt me een A4tje aan. Eenmaal op de kamer lees ik het aandachtig door, met
stijgende verbazing.
Mist u uw huisdier?
staat er in vet gedrukte letters. Daarna volgt het aanbod van… een goudvis, een
heuse goudvis. Als ik wil kan ik een kom met inhoud op mijn kamer krijgen. Er
zit een heel verhaal achter. Misschien wel eenzelfde verhaal als dat van een
vriendin, denk ik.
Die vriendin bewoont een schitterend huis, een
landgoed eigenlijk, in de Cotswolds, grenzend aan een riviertje. Het gedeelte
dat door haar tuin loopt, is zelfs haar eigendom. Helaas ligt haar land laag en
de rivier heeft regelmatig de neiging buiten haar oevers te treden. Een aantal
jaren terug was er een nogal ernstige overstroming en stond haar hele tuin een
aantal weken blank. De eenden en zwanen die ze altijd voerde als de vrouwelijke
incarnatie van St. Franciscus peddelden tot aan haar achterdeur, bedelend om
voer. In haar tuin had ze ook een kleine siervijver, die ze nauwelijks meer
terug kon vinden. Toen het water eenmaal zakte en er alleen in de wat diepere bloembedden
water stond, zag ze tot haar verbazing een goudvis zwemmen in haar rozenperkje.
Ze kon de vis net op tijd redden, voor hij happend naar adem ten onder zou zijn
gegaan. Voorzichtig had ze hem in het vijvertje terug gezet. Misschien dat hier
net zoiets speelde.
Nieuwsgierig lees ik verder. En ja hoor, na de
ernstige overstromingen in deze stad, zo’n 10 jaar geleden, was op de plek van
het hotel ook een goudvis aangetroffen, een vis die symbolisch werd voor de
overstromingen en die nu in ere wordt gehouden door de tijdelijke bewoners een
goudvis aan te bieden. Maar dat was niet alles.
Hebt
u heimwee naar uw huisdier? zo begint de volgende alinea. Ik denk meteen aan Raven, mijn labrador. Een
schat van een hond. Ik heb haar nog maar pas en vond het best moeilijk haar
achter te laten, terwijl ze echt in goede handen is. Wat een verschil met mijn vorige
hond, een herder. Die was ook lief, tegen mij tenminste, en behoorlijk
waakzaam. Als iemand maar met een vinger naar me wees, was ze meteen alert.
Niemand zou er ’s nachts in geslaagd zijn ongemerkt binnen te komen. Hoe anders
is Raven. Ze mag dan vervaarlijk lijken met haar postuur en glanzend zwarte
vacht, maar het is een allemansvriend die elke inbreker kwispelstaartend tegemoet
zou komen. Ha, iemand om mee te spelen, zou ze denken. Blaffen kan ze al
helemaal niet. Wel zo rustig in een dichtbevolkte wijk, maar als waakhond heb
je er niks aan. En ja, ik mis haar. Maar zou een goudvis daar tegen helpen? Een
koudbloedige vis, die niet met haar kop op je voeten komt liggen als je thuis
achter je pc zit, niet met een natte neus tegen je been duwt als ze uitgelaten
wil worden? Nee, tegen heimwee zou het niet helpen. Toch misschien wel leuk,
zo’n vis. Ik zal het de receptie vertellen voor ik ga eten in dat restaurantje
om de hoek.
En warempel, als ik geheel verzadigd na een lekker
maal mijn kamer binnen ga, staat hij er, de kom met daarin een feloranje
gekleurde vis en een gifgroen stukje waterplant. Echt of nep is niet duidelijk.
Er ligt een briefje naast waarop staat dat ik de vis niet hoef te verzorgen
(roskammen, schubben gladstrijken?) of hoef te voeren, daar zorgt het hotelpersoneel
voor. Prima. Ik kijk eens goed naar de vis, mijn oog dichtbij het glas. Zij of
hij – schijnt er niet van te schrikken. Ik moet zeggen, het fel oranje doet het
goed in deze kamer in zwart-wit en grijs tinten. Na een poosje krijg ik genoeg
van het kijken. Ik ga op bed liggen en zoek een klassiek muziekje op mijn iPod.
Mozart, een pianoconcert. De versterker staat vlak naast de kom. De vis draait
rondjes op de maat van de muziek, lijkt het. Is het verbeelding, of voelt de
vis de trillingen? Eens kijken of ik iets anders kan vinden. Rachmaninov, een
beetje woester. Ja hoor, de vis zwemt mee. Wat een leuk spelletje. Ik probeer allerlei
andere muziek, steeds hardere, steeds vluggere tempi, meer popmuziek. Op de een
of andere manier voelt mijn vis het. Ze wordt steeds onrustiger, zwemt al maar
sneller. Ergens moet ik rock en hard metal hebben. Uiteraard niet door mij op
de iPod gezet. Een grapje van een neef, de jongste generatie die me wil
opvoeden. Wat nou klassiek. Dit moet ik ook gaan waarderen. Dit is hun muziek.
Na enig speurwerk heb ik de nummers gevonden. Kleine verrassing. De grapjas heeft ze in een map met mijn favoriete
klassieke muziek gezet. Hoopt waarschijnlijk dat ik de shuffle functie zal
gebruiken en me een ongeluk zal schrikken. Ik kan het niet laten, maar moet wel
mee bewegen, mee dansen met de muziek, steeds woester, steeds luider. De vis
beweegt ook mee. Ik raak bijna in trance, let niet meer op de snel bewegende
oranje schicht, sluit mijn ogen, dans en dans met mijn hele lichaam, met elke
vezel, tot de muziek zwijgt en ik uitgeput op bed neerval. Mijn hart bonst als
een razende. Geen conditie. Moet ik wat aan doen. Als ik een beetje tot rust
ben gekomen, kijk ik op. Waar is mijn vis, mijn rode pijlsnelle schicht? Gek,
straks draaide ze nog rondjes. Ik loop naar de bak en dan zie ik het, ze ligt
op de bodem van de kom, op haar zij. Ze zal toch niet…? Ik tik tegen het glas, en
nog eens wat harder, steeds ongeduldiger. Steek uiteindelijk mijn vinger in de
kom en raak haar voorzichtig aan. Niets, er gebeurt niets. Ze is dood, echt
dood. Kunnen vissen ook een hartstilstand krijgen? Moet ik het de receptie
melden? Op dit uur, nu? Ik verwijder de muziekbestanden van mijn iPod en ga
slapen. Morgen is er weer een dag. Ik hoop op een wonderbaarlijke herrijzenis
in de nacht.
De volgende ochtend ligt ze nog steeds stil op de bodem. Maar als ik terug
kom na een museumbezoek, zwemt ze weer rond in de kom. Dezelfde? Een andere? Een
goudvis is een goudvis. Ik zal het nooit weten.

No comments:
Post a Comment